Deel dit restaurant met vrienden →
Dit instituut gold ooit als het beste visrestaurant van België, maar de voorbije jaren was het parcours wisselvallig. Wij lunchen en zijn aangenaam verrast. Als voorgerecht is er een perfect gebakken, sappige langoustine, met twee lekkere en flink uit de kluiten gewassen kikkerbillen, geserveerd met een fijn lichtromig sausje. Aan de andere kant van de tafel verschijnt een van de grote huisklassiekers: ravioli van kreeft met een coulis van schaaldieren. Alles klopt. Prima! Daarna is er beekridder, alweer perfect gegrild, en in goed gezelschap van jonge prei en een subtiele jus. Inventief? Neen. Superlekker? Ja. Dat geldt ook voor de griet dugléré, met een rijke maar niet zware saus op basis van room en noilly prat. De twee koksmutsen zijn onbetwist. Goed opgebouwde wijnkaart en een schitterende huischampagne.